Begroting 2017

Verbonden partijen

Begroting

Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant

Vestigingsplaats

Etten-Leur

Beoogd effect

Efficiënte en effectieve uitvoering van de Participatiewet en bijbehorende inkomensondersteunende regelingen Ioaw, Ioaz  (Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers/ - gewezen zelfstandigen)
en BBZ (Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen) en het minimabeleid.

Beleidsvoornemens

  • Effectieve en efficiënte inzet op re-integratie, in samenwerking met ketenpartners, gericht op het beperken van de instroom in en het bevorderen van uitstroom uit de uitkering;
  • Extra inzet op daling uitkeringsbestand door aanvullende uitstroombevorderende maatregelen;
  • Bevorderen maatschappelijke participatie uitkeringsgerechtigden
  • Focus op rechtmatige en efficiënte uitvoering van het onderdeel inkomensondersteuning, met aandacht voor handhaving en terugvordering/ verhaal;
  • Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer door minima door middel van het terugdringen van het niet-gebruik van bijzondere bijstand en minimaregelingen

Bijdrage gemeente

Begroting 2015: € 2.082.566
Begroting 2016: € 2.262.636 (aangepaste begroting)
Begroting 2017: € 2.196.343

Eigen vermogen

1 januari 2015      € 0
31 december 2015   € 262.792
1 januari 2017      € 0
31 december 2017   € 0

Vreemd vermogen

1 januari 2015      n.v.t.
31 december 2015   € 6.611.654
1 januari 2017      € 500.000
31 december 2017   € 450.000

Resultaat

2015:         € 262.792
2017:         € 0

Risico’s

Het financiële kader voor de vorming van de Gemeenschappelijke regeling Werkplein HvWB berust voor een deel op een efficiencyslag die behaald wordt door de schaalvergroting die we met de Gemeenschappelijke regeling realiseren. Concreet is deze efficiencyslag vertaald in een taakstelling op de personele formatie. Per 1 januari 2015 is echter de Participatiewet in werking getreden. Dit betekent een uitbreiding van doelgroepen en taken op het terrein van werk en inkomen. Hiermee is in het bedrijfsplan Werkplein HvWB nog geen rekening gehouden. Het risico bestaat dat hierdoor het realiseren van de personele taakstelling onder druk komt te staan.

Effect op  kwaliteits-verbetering, krachtenbundeling en kostenbe-heersing (3K’s)

Reden voor het aangaan van de Gemeenschappelijke regeling Werkplein Hart van West-Brabant is het streven naar efficiency in de bedrijfsvoering en het borgen van een kwalitatief goede dienstverlening op het terrein van werk en inkomen. Positieve effecten op de 3K’s zijn op langere termijn te verwachten. Dit samenwerkingsverband is nog jong en zoals gebruikelijk kost het enkele jaren om dit effect gerealiseerd te zien.

In de begroting 2017-2020 van het Werkplein HvWB is uitgegaan van historische kosten en is aangegeven dat een doorvertaling van financiële consequenties zal plaatsvinden op basis van nog te maken beleidkeuzes. Het Werkplein HvWB is in ontwikkeling en wil komen tot structurele organisatieverbeteringen die moeten leiden tot de gewenste kostenbeheersing.  Het oplopende uitkeringsbestand geeft aanleiding om beleidsmaatregelen te treffen om het bijstandsvolume (en daarmee de uitkeringslasten) naar beneden te brengen. Dat vraagt om een investering in een stevige aanpak van werk en inkomen. De verwachting is dan ook dat voor 2016 extra investeringsvoorstellen door het Werkplein zullen worden gedaan.

Richtlijnen kaders begroting 2018

  1. Het Werkplein HvWB dient de begroting 2018 op te stellen overeenkomstig het gedachtegoed van de herstructurering en ketensamenwerking met de WVS-groep;
  2. De WVS-groep en het Werkplein HvWB dienen beiden hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Dit dient tot uitdrukking te komen in een integrale ketenbegroting;
  3. Het Werkplein HvWB en de WVS-groep werken vanuit de vraag van de werkgever aan het versterken van vaardigheden en competenties van werkzoekenden en het ontwikkelen van activiteiten op het gebied van werk of participatie inclusief voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking en/of indicatie beschut werken;
  4. Het Werkplein HvWB heeft als hoofddoel om uitstroom van werkzoekenden naar regulier betaald werk te realiseren;
  5. Daarnaast heeft het Werkplein HvWB als taak om sociale uitsluiting en armoede te voorkomen door inkomensondersteuning te verlenen.

Register

Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant

Deelnemers

Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert

Wettelijke voorschriften

Wet werk en bijstand (Wwb);
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw);
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz);Wet publieke gezondheid

Doel regeling

De belangen van de deelnemers op het gebied van de aan deze gemeenten in medebewind opgedragen wetgeving inzake werk en inkomen behartigen.

Reden aangaan verbinding

Het (voor de toekomst) waarborgen van een kwalitatief goede en betaalbare dienstverlening.

Bevoegdheden

Verzorgen of ondersteunen van het operationeel beleid, inclusief beleidsvoorbereiding van het bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant en de deelnemers inzake de:

  • Wet werk en bijstand (Wwb);
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw);
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
  • Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz);
  • Uitvoering van het minimabeleid en bijzondere bijstand, een en ander zoals vastgesteld door de afzonderlijke deelnemende gemeente.

Besluit met betrekking tot de zienswijzen van de gemeente Etten-Leur

Ingediende zienswijze Werkplein

Besluit Algemeen Bestuur Werkplein

Het werkplein opdracht te geven om uiterste inspanning te leveren om de volgende punten te realiseren:

  • Samenwerking WVS, proces ketenbegroting is opgestart, maar nog niet doorgevoerd in deze begroting;
  • Temporisering taakstelling (relatie formatie/grootte klantbestand);
  • Ambitie 3% ook financieel meerjarig doorrekenen in de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) en uitvoeringsbudgetten (nu is dit alleen financieel doorvertaald in de begroting in de afname van de formatie). Rekening houden met extra toestroom statushouders;
  • Extra inspanningen/maatregelen terugdringen klantenbestand conform Samenhangnotitie de Toekomst.
  • In het kader van de bestuursopdracht herstructurering WVS wordt er gewerkt aan een ketenbegroting voor de werkpleinen en WVS. De verwachting is dat de werkgroep ketenbegroting eind 2016 een eerste ketenbegroting kan opleveren. Afhankelijk van keuzes die worden gemaakt over de inzet van trajecten en eventuele begeleidingsvormen bij WVS zal in de begroting voor 2018 de samenhang met WVS beter worden uitgewerkt.
  • Temporisering van de taakstelling is een gevolg van het in de afgelopen jaren fors gestegen aantal uitkeringsgerechtigden. In de begroting 2017 is voorzien dat de taakstelling van 15% (+ 17 fte) deels kan worden ingevuld door efficiënter werken (8 fte in vier jaar tijd) en door een daling van het klantenbestand (6,55 fte in vier jaar tijd). Dat wel bij een geprognosticeerde uitstroom van 3% per jaar. Dat is al heel erg ambitieus, dit nog los van de voorziene landelijke stijging van circa 2,5% en de extra instroom die plaatsvindt door statushouders (dit jaar tot en met mei al 75). Een versnelling van de realisatie van de taakstelling lijkt hiermee niet realistisch.
  • Doorrekening van de 3% ambitie daling uitkeringsbestand in de meerjarenbegroting hebben we eerder ontraden. De reden daarvan was dat nog niet zichtbaar was of de ambitie van 3% uitstroom in 2016 gehaald zou kunnen worden en er nog steeds sprake is van een landelijke voorziene stijging van het uitkeringsbestand alsmede de toename door statushouders. Hoewel die onzekerheid van realisering van de 3% doelstelling voor 2017 nu nog niet weggenomen kan worden is het consequent doorvertalen van een ambitie in de begroting, zoals wel voor de bedrijfsvoeringskosten is gedaan, plausibel.  De wijze waarop dit zal worden verwerkt wordt met de portefeuillehouders werk en inkomen en financieel adviseurs van de gemeenten kortgesloten. Uitgangspunt daarbij is dat dit voor elke van de zes gemeenten op een uniforme wijze moet plaatsvinden.
  • Extra inspanningen/maatregelen terugdringen klantenbestand conform de Samenhangnotitie heeft al de volle aandacht van het Werkplein. Indien mogelijk zullen wij deze inspanningen nog verder intensiveren.

Het werkplein de opdracht te geven om bij het opstellen van de begroting 2018 uit te gaan van de afgesproken verdeling van de loonkosten voor 2019 op basis van de algemene verdeelsleutel voor uitvoeringskosten conform Gemeenschappelijke regeling

De afgesproken verdeling van de loonkosten voor 2019 op basis van de algemene verdeelsleutel voor uitvoeringskosten conform Gemeenschappelijke regeling zal voor de begroting 2018, jaarschijf 2019 worden doorgevoerd.

Er is nog geen sprake van een integrale benadering met de WVS-groep wat betreft de uitvoering van de Participatiewet. Aan het Werkplein wordt verzocht om de activiteiten en inspanningen in samenhang met de activiteiten en inspanningen van WVS-groep te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn

Momenteel zijn er met WVS al diverse onderdelen qua dienstverlening besproken. Voor de leerwerk trajecten en jobcoaching bij structurele loonkostensubsidie en begeleiding bij beschut werken zijn reeds overeenkomsten afgesloten en zullen plaatsingen gaan plaatsvinden.

In de begroting 2017 is ook een meerjarenraming 2017-2019 opgenomen. Deze raming geeft echter geen meerjarig inzicht omdat er niet wordt geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen. Indien de meicirculaire rond participatiebudget grote financiële wijzigingen inhoudt wordt van het Werkplein verwacht dat zij dan een voorstel tot wijziging van de begroting aan de aangesloten gemeenten zal voorleggen met een reëlere financiële doorkijk

De meerjarenbegroting 2018-2020 geeft, uitgezonderd de bedrijfsvoeringskosten, geen beeld van toekomstige ontwikkelingen. Dit is gedaan omdat meerjarig inzicht in de ontwikkelingen van het participatiebudget ontbraken. Mochten er echter uit de meicirculaire voor het participatiebudget belangrijke financiële wijzigingen voordoen dan zullen voorstellen doen tot wijziging van de (meer)jarenbegroting.

Met betrekking tot de meerjarenbegroting 2017-2019 wordt tevens opdracht gegeven actie te ondernemen om de meerjarenlijn voor wat betreft de overige (bedrijfsvoerings)kosten terug te brengen tot het niveau van de oorspronkelijke meerjarenbegroting 2015-2018

Gevraagd wordt de bedrijfsvoeringskosten terug te brengen naar het niveau van de meerjarenbegroting 2015-2018. Sinds het opstellen van de begroting 2015 zijn er wel de nodige zaken veranderd.

  • De loonkosten (71% van de kosten bedrijfsvoering) zijn gestegen door de afgesloten cao’s voor gemeenteambtenaren. Deze stijgingen zijn door het Werkplein niet te beïnvloeden en daarmee een gegeven.
  • Door temporisering van de taakstelling wijkt de begroting circa 4,6 ton af van meerjarenraming 2017. Dit komt doordat er inmiddels twee jaar vertraging in de realisatie van de taakstelling is opgelopen door nog steeds sprake is van een fors hoger aantal klanten.
  • De overige bedrijfsvoeringskosten wijken circa 3,5 ton af van de jaarschijf 2017 van de meerjarenbegroting 2015-2018. Dat zit met name in huisvestingskosten (1,3 ton door prijsstijging, een hoger aantal werkplekken) en kosten telefonie/KCC), kopieer- en frankeerkosten (0,5 ton) en ICT kosten (0,7 ton met name benodigde programma’s en licentiekosten).

Een groot gedeelte van deze kosten wordt beïnvloed door meer medewerkers die op het Werkplein werkzaam zijn dan toen was ingeschat. Dat is niet alleen vast personeel maar ook personeel voor de diverse projecten voor realiseren extra uitstroom. Daarnaast zijn er bij het Werkplein geen thuiswerk faciliteiten voorhanden en is derhalve het gehanteerde uitgangspunt van 0,8 werkplek per formatieplaats nu niet realistisch. Dit is deels ook het gevolg van het feit dat klantmanagers vooral gesprekken met klanten moeten voeren en daarmee thuis werken geen reële optie is. Dit verhoogt de druk op het aantal werkplekken.
Het nog niet digitaal kunnen werken, hetgeen wel het oorspronkelijk uitgangspunt was, vertaalt zich in hogere porto- en kopieerkosten. Dit is overigens ook een gevolg van het hogere aantal klanten (circa 30% meer).
De ICT kosten zijn hoger en zullen dat ook blijven. Het uitgangspunt van destijds om gebruik te maken van gemeentelijke systemen in het kader van de ondersteunende diensten heeft grotendeels geen stand kunnen houden. Licentie technisch is dat vaak niet toegestaan door softwareleveranciers. Daardoor heeft het Werkplein zelf de programmatuur moeten aanschaffen.
Het terugbrengen van de kosten naar het niveau van begroting 2015 is daarmee niet realistisch en niet haalbaar. Dit laat onverlet dat wij alles zullen proberen om de kosten te beperken.