Begroting 2017

Verbonden partijen

Begroting

Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant

Vestigingsplaats

Etten-Leur

Beoogd effect

Strategische positionering van West-Brabant, de belangenbehartiging en lobby van de 19 gemeenten extern naar provincies, rijk en Brussel;
Het vormen van een netwerkorganisatie en een centraal punt waar vragen van samenwerkingspartners samen komen en waar colleges elkaar ontmoeten voor integrale vraagstukken en netwerken.

Beleidsvoornemens

Uitvoering geven aan de Strategische Agenda West-Brabant 2012-2020

Bijdrage gemeente

Begroting 2015: € 221.851 apparaatskosten
Begroting 2016: € 227.119
Begroting 2017: € 260.520
Begroting 2015: € 806.638 programmakosten
Begroting 2016: € 729.254
Begroting 2017: € 683.818

Eigen vermogen

1 januari 2015      € 482.000
31 december 2015   € 443.000
1 januari 2017       € 287.000
31 december 2017   € 262.000

Vreemd vermogen

1 januari 2015      € 11.803.000
31 december 2015   € 8.656.000
1 januari 2017      € 5.502.000
31 december 2017   € 5.502.000

Resultaat

2015         € 154.000
2017         € 0

Risico’s

Op basis van de begroting zijn er geen substantiële risico’s te benoemen.

Effect op  kwaliteits-verbetering, krachtenbundeling en kostenbe-heersing (3K’s)

Met het Uitvoeringsprogramma van de Strategische Agenda wordt ingespeeld op de ontwikkelingen om de regio heen (havens Rotterdam, Antwerpen, economische kracht Brabant). De RWB brengt de belangen van West-Brabant in bij verschillende overleggen. Het West-Brabants belang is ook het Etten-Leurs belang. In de RWB worden krachten gebundeld in een taak die niet effectief kan worden uitgevoerd door de 19 individuele gemeenten. In geld of kostenbesparingen is de opbrengst van de RWB niet aan te geven.

Richtlijnen kaders begroting 2018

  1. Het uitvoeringsprogramma  van de RWB geeft richting en uitvoering aan de gestelde ambities uit de strategische agenda. Focus blijft een aandachtspunt;
  2. In de tweede bestuursrapportage wordt een voortgangsrapportage verwacht over de realisering van de Uitvoeringsagenda en over het Onderzoek- en Ontwikkelfonds, zodat de deelnemende gemeenten de voortgang kunnen monitoren;
  3. De uitkomst van het proces doorontwikkeling RWB (accent op ruimtelijk economisch domein, lobby, pr en branding) dienen een vertaalslag te krijgen in de organisatie van de RWB en in haar samenwerking met partners in de regio West Brabant, provincie Noord-Brabant en daar buiten;
  4. De gevolgen voor de ambtelijke organisatie in beeld te brengen die de doorontwikkeling met zich meebrengt;
  5. De verantwoording van de prestatieafspraken die gemeenten met Rewin maken op te nemen in de bestuursrapportages van de RWB.

Register

Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant

Deelnemers

Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem en Zundert

Wettelijke voorschriften

Wet maatschappelijke ondersteuning

Doel regeling

De regeling heeft tot doel om gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen onder meer door te komen tot de opstelling, vaststelling en uitvoering van de strategische agenda en de strategische visie voor West-Brabant. Onder deze belangen vallen in elk geval: Sociaal Economische Zaken; Ruimtelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting; Mobiliteit; Zorg, Welzijn en Onderwijs; Duurzaamheid; Middelen.

Reden aangaan verbinding

Stroomlijning van de regionale samenwerking in West-Brabant

Bevoegdheden

Coördineren, plannen, uitvoeren, adviseren en overleggen met betrekking tot genoemde beleidsterreinen evenals vertegenwoordiging en lobby-activiteiten en het bevorderen van verdere bestuurlijke samenwerking.
Het openbaar lichaam kan daarnaast van een of meer deelnemende gemeenten, en in samenhang daarmee van andere gemeenten en organisaties, opdrachten aannemen om diensten uit te voeren of taken te verrichten.

Besluit met betrekking tot de zienswijzen van de gemeente Etten-Leur

Ingediende zienswijze Regio West-Brabant

Besluit Algemeen Bestuur Regio West-Brabant

Bij de volgende aanbesteding van het KCV (Kleinschalig Collectief Vervoer) ook te onderzoeken of dat alternatieve, slimmere vervoersconcepten kunnen worden gehanteerd.

Iedere aanbesteding wordt voorafgegaan door een uitgebreide toekomstverkenning en inventarisatie van nieuwe mogelijkheden. De bestuurscommissie KCV heeft aan de hand van zo'n analyse eind 2014 besloten tot een gematigd innovatieve aanbesteding van het deeltaxivervoer. Enerzijds omdat het huidige vervoerconcept een beproefd concept is met een hoge uitvoeringskwaliteit en klanttevredenheid. Anderzijds omdat een aantal ontwikkelingen nog te pril is om op grote schaal in een aanbesteding door te voeren. Het afgesloten vervoerscontract biedt overigens mogelijkheden voor doorontwikkeling, zowel binnen als buiten het deeltaxivervoer. Er kan bijvoorbeeld doorgepakt worden op vrijwilligersvervoer, kleinschalige mobiliteitsconcepten, omdat dit is aangekondigd en er geen volumegarantie is afgegeven.
Mogelijk dat dit de laatste aanbesteding zal zijn die op de huidige leest geschoeid is. De ontwikkeling van nieuwe regieconcepten voor optimalisatie doelgroepenvervoer, Uberachtige toepassingen, de autonome auto etcetera, zal van invloed zijn op de toekomstige vormgeving van het deur-tot-deurvervoer. De bestuurscommissie KCV zal zich tijdig voor een nieuwe aanbesteding oriënteren op alternatieven voor het huidige concept.

De extra bijdrage voor Rewin voor 2 jaar beschikbaar te stellen. Na afloop van deze 2 jaar de resultaten van de extra bijdrage te evalueren in 2018. Met Rewin concrete prestatieafspraken te maken over de besteding van de extra bijdrage. Deze prestatieafspraken tussentijds te monitoren (bij voorkeur via de P&C-cyclus van de RWB).

De activiteiten van REWIN zijn gericht op een sterke economische structuur in West Brabant. Hiervoor is een triple helix gedragen meerjarige programmatische aanpak en inzet vereist. De ontwikkeling van deze vorm van samenwerking in een goed doordacht ontwikkelsysteem vraagt meerdere jaren en de inzet van meerdere partijen. De wijze van agenderen, doelstellingen formuleren en verantwoorden is daar onderdeel van. Na 2 jaar kan worden geëvalueerd of er daadwerkelijk de basis is gelegd voor een dergelijk regionaal ontwikkelsysteem waarin door meerdere partijen (triple helix) wordt samengewerkt aan de uitvoering van regionale programma’s (acquisitie, speerpuntsectoren, kansrijk MKB) met concrete doelstellingen.

Het verzoek van de Raad van Commissarissen van REWIN om tot verhoging van de bijdrage te komen moet worden bezien tegen de achtergrond van de wens om op regionaal niveau tot een samenhangende economische aanpak te komen op basis van een breed (triple helix) gedragen agenda. Meerdere partijen zullen daarbinnen hun rol en verantwoordelijkheid moeten vervullen. Uiteindelijk zullen ook op het regionale niveau economische doelstellingen moeten worden geformuleerd. Voor de REWIN-bijdrage zijn in de bijlagen van het jaarplan 2017 “call for action” de inspanningen expliciet geformuleerd.
De extra bijdrage is er met name op gericht dat REWIN als ontwikkelingsmaatschappij zijn rol beter kan invullen:

  • Afbouw aparte financiering (met name sponsoring en partnerships) die tot belangenverstrengeling kan leiden
  • Inzet op regionale strategie, programmering en werkwijze ten aanzien van acquisitie mede als centraal aanspreekpunt voor de BOM (Brabantse Ontwikkelings Maatschappij)
  • Inzet op ketensamenwerking tussen de verschillende partijen met betrekking tot topsectoren
  • Inzet op een met de gemeenten afgestemd accountmanagement voor het kansrijk MKB

De ontwikkeling van deze vorm van samenwerking in een goed doordacht ontwikkelsysteem vraagt meerdere jaren en de inzet van meerdere partijen. De wijze van agenderen, doelstellingen formuleren en verantwoorden is daar onderdeel van. Na 2 jaar kan worden geëvalueerd of er daadwerkelijk de basis is gelegd voor een dergelijk regionaal ontwikkelsysteem waarin door meerdere partijen (triple helix) wordt samengewerkt aan de uitvoering van regionale programma’s (acquisitie, speerpuntsectoren, kansrijk MKB) met concrete doelstellingen.

Te onderzoeken of het O&O fonds een structureel overschot heeft. En zo ja, dit overschot dan uit te keren aan de deelnemende gemeenten

We zullen jaarlijks, bij het opstellen van de jaarrekening, beoordelen of we een overschot hebben op het Opleiding & Ontwikkel fonds. Bij een overschot zullen we dit meenemen in de resultaatbestemmingsvoorstellen als uit te keren overschot. We houden vast aan een structurele bijdrage van € 0,65 per inwoner.

De reserves rekeningsaldo MARB (Milieu en Afval Regio Breda) en functiewaardering HR21 (functiewaarderingssysteem voor gemeentes) nader te onderbouwen. Als deze onderbouwing niet te geven is de reserves uit te keren aan de deelnemende gemeenten.

De reserve MARB was als volgt bestemd; in 2012 heeft de toenmalige Bestuurscommissie Duurzaamheid besloten om het geld te oormerken voor duurzaamheid. Het betreft het restant van een reserve die na de liquidatierekening van het MARB overgebleven is. De 12 MARB-gemeenten hebben destijds besloten deze middelen regiobreed in te willen zetten voor duurzaamheidgerelateerde projecten.
Op dit moment ligt een voorstel voor een onttrekking uit de reserve van € 25.000 voor de pilot regionale energiestrategie. Het is werk-budget voor out of pocket kosten tijdens de pilotfase. Voor deze pilot hebben we op dit moment geen budget beschikbaar. Mogelijk volgt medio 2017 een voorstel om de kosten voor de implementatiefase te dekken uit de reserve. De reserve bedraagt op dit moment € 61.800. We stellen voor deze middelen beschikbaar te houden voor regiobrede energieprojecten. Mocht u toch besluiten dit uit te willen keren aan de gemeenten dan komt dit ten goede aan de 12 oud-MARB gemeenten.
De reserve HR 21 was als volgt bestemd;
1. Onderhoudsronde bestaande functiebeschrijving
2. Indeling bestaande functiebeschrijving in HR21
3. Doorontwikkeling van de organisatie.
Deel 1 en 2 zijn afgerond. Deel 3, de doorontwikkeling van de organisatie is een continu proces. Anticiperen op de bestuurlijke opgave gaat gepaard met opleidingsbehoefte en het scholen van medewerkers. Dit vraagt ook om opleidingen/trainingen voor de organisatie als geheel.
De doorontwikkeling kan gevolgen hebben voor de huidige functieprofielen en bijbehorende waardering.
De benodigde middelen voor dit alles zijn niet in de reguliere begroting voorzien en zullen moeten worden gefinancierd uit de reserve HR 21. De reserve bedraagt € 65.000.

In de volgende P&C documenten de risico’s nader te kwantificeren en te prioriteren.

In de begroting 2018 en jaarrekening 2016 zal meer aandacht geschonken worden aan de risico’s en de kwantificering hiervan.