Begroting 2017

Hoofdlijnen

In maart 2016 is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ingrijpend gewijzigd. In 2014 werd een landelijke adviescommissie ingesteld met de opdracht om het BBV te verbeteren. Rode draad in de conclusie van de adviescommissie is:

  • meer transparantie van het besluitvormingsproces rond begroting en verantwoording;
  • de rol van de gemeenteraad versterken door betere vergelijkingsmogelijkheden.

Dit was de aanleiding om de BBV te wijzigen. Het wijzigingsbesluit treedt voor de meeste onderdelen per 1 januari 2017 in werking. Dit betekent dat we deze onderdelen in de begroting 2017 verwerkten.

Programma- en productstructuur

Bij de verwerking van deze wijzigingen hielden we vast aan de programma- en productstructuur.   Deze structuur breidden we uit met de informatie (taakvelden en beleidsindicatoren) die het gewijzigde BBV voorschrijft.

Belangrijkste aanpassingen

In het BBV zijn ook “technische” aanpassingen opgenomen die ingrijpend zijn.  Zo is het verplicht de overhead in een apart overzicht weer te geven en wordt de toerekening van rente gewijzigd. Hieronder lichten we de belangrijkste wijzigingen toe:

Taakvelden   
In het huidige BBV is er voor de gemeenteraad een grote vrijheid voor het indelen van de programma’s en producten in de begroting. In Etten-Leur hebben we momenteel 3 programma’s en 26 producten. Door die vrijheid die iedere gemeente heeft is de vergelijkbaarheid tussen gemeenten onderling erg lastig en soms zelfs nagenoeg onmogelijk.
Om die vergelijking mogelijk te maken is een vaste indeling en beschikbaarheid van gegevens noodzakelijk. Hierbij kan de gemeenteraad maar ook een andere belanghebbende (5 O’s) de eigen gemeente vergelijken met een andere gemeente. Deze vaste indeling is vanaf 2017 voorgeschreven: negen thema’s met daaronder de taakvelden.
In paragraaf 4.2.4  presenteren we de geraamde baten en lasten per taakveld.

Rente
Het oude BBV stond toe dat er een rentevergoeding over het eigen vermogen (reserves) werd  toegerekend aan de taakvelden. Dit is als het ware een rentelast. Hierdoor werd een “vergoeding” berekend (de zogenaamde bespaarde rente) over het eigen vermogen (= een eigen financieringsmiddel) van de gemeente. De gemeente had de keuze om deze rente als baten op te nemen in de begroting of toe te voegen aan de reserves/het eigen vermogen. Ook Etten-Leur paste deze methode toe.
Deze systematiek creëert een fictieve rentelast en leidt naar het oordeel van de commissie BBV tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en gaat daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie.
Etten-Leur volgt het advies van de commissie BBV op om de systematiek van rentevergoeding aan het eigen vermogen niet meer toe te passen. De gevolgen hiervan zijn in deze begroting verwerkt: in  plaats van de 2,5% die we bij de kadernota hebben genoemd is er in de begroting met 1,0% gerekend.  In paragraaf 3.4 financiering is hierover meer informatie opgenomen.

Beleidsindicatoren
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) stelden een lijst van indicatoren samen. Deze indicatoren dragen bij om de begroting en jaarverslagen beleidsmatiger te maken. Raadsleden kunnen zich dan op de belangrijke momenten in de planning & control cyclus een beeld vormen over behaalde en te behalen beleidsresultaten. Omdat het wenselijk is de resultaten van gemeenten te vergelijken moeten deze  indicatoren vanaf de begroting 2017 worden opgenomen. In paragraaf 2.4 leest u het overzicht van deze indicatoren. De bron van deze indicatoren is de website Waarstaatjegemeente.nl  (zie: dashboard -> Etten-Leur -> Besluit Begroting en Verantwoording).

Overhead
Het BBV schrijft voor dat in de programmabegroting een apart overzicht moet staan van de kosten van de overhead. Hierdoor krijgt de gemeenteraad meer inzicht in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. In paragraaf  4.1.3 leest u het overzicht van de overhead.
Verbonden partijen
In het BBV staat dat we in de programmabegroting moeten aangeven hoe we ernaar streven om de maatschappelijke effecten te realiseren met de hulp van verbonden partijen. De lijst van verbonden partijen splitsen we uit naar verschillende typen verbonden partijen:

  • gemeenschappelijke regelingen;
  • vennootschappen en coöperaties;
  • stichtingen en verenigingen;
  • overige verbonden partijen.

Ook staat in het BBV dat we moeten vermelden op welke manier de gemeente financieel en bestuurlijk verbonden is. Per verbonden partij nemen we op of er sprake is van risico’s voor de  gemeente waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie. Deze informatie vindt u terug in paragraaf 3.6 verbonden partijen.

Wijzigingen grondbedrijf
Veel wijzigingen die over de grondexploitaties gaan, moesten met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 worden ingevoerd.  Deze aanpassingen zijn daarom al verwerkt. De belangrijkste brengen we nog even voor het voetlicht.

Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken:

  • mag de looptijd van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar zijn. Als een exploitatie een langere doorlooptijd kent, moeten we aanvullende beheersmaatregelen treffen.
  • moeten de grondexploitaties jaarlijks geactualiseerd  vastgesteld worden door de gemeenteraad.

De Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG) worden afgeschaft. Voor deze gronden geldt een overgangstermijn van 4 jaar. Door het ontbreken van NIEGG in Etten-Leur heeft dit voor ons geen gevolgen.

In het Besluit ruimtelijke ordening is een overzicht opgenomen van kosten die aan bouwgrond mogen worden toegerekend. Alleen deze kosten mogen worden toegerekend aan Bouwgrond In Exploitatie (BIE).

De toegestane toe te rekenen rente aan bouwgrond in exploitatie (BIE) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan BIE. Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage moet als volgt worden bepaald:

  • het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering;
  • het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, indien geen sprake is van projectfinanciering;

Indien de gemeente geen externe financiering heeft, dan wordt geen rente toegerekend aan BIE.
Voor Etten-Leur  is de uitkomst van deze berekening 1,5%. Dit percentage is bij de begroting gehanteerd.

Investeringen met maatschappelijk nut
Tot op heden was het niet verplicht om investeringen met een maatschappelijk nut (bijvoorbeeld wegen, bruggen en parken) te activeren. Sterker nog, het werd aanbevolen om deze investeringen direct ten laste van de exploitatie te brengen. Etten-Leur volgde deze aanbeveling op.
Doordat gemeenten hier verschillend mee omgingen was de vergelijkbaarheid tussen gemeenten erg moeilijk. Een voorgeschreven methode was wenselijk.
Vanaf het begrotingsjaar 2017 verplicht het nieuwe BBV om investeringen met een maatschappelijk nut, net als de investeringen met een economisch nut (bijvoorbeeld gebouwen en riolering) te activeren en af te schrijven over de verwachte toekomstige gebruiksduur.

Berekenen tarieven
In de paragraaf lokale heffingen moeten we opnemen hoe we bij de berekening van tarieven zorgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Ook moeten we de uitgangspunten van het beleid die de basis zijn voor deze berekeningen vermelden. Daarnaast moeten we aangeven hoe  we deze uitgangspunten van het beleid bij de tariefstelling hanteren. Dit geldt alleen voor de belastingen en rechten waarvoor we uitsluitend kostendekkende tarieven mogen heffen, zoals de rioolheffing en de tarieven voor leges.